zaterdag 8 maart 2014

Oeroeg - Hella Haasse (praktische opdracht geschiedenis)

Oeroeg - Hella S. Haasse


Wij hebben het boek Oeroeg van Hella S. Haasse gelezen voor deze opdracht. Eerst zullen we wat vertellen over Hella zelf, haar relatie met Indonesië/Nederlands-Indië en haar motief achter het schrijven van dit boek. Nadat het duidelijk is waar het boek over gaat, gaan we het hebben over de historische achtergrond die in het boek naar voren komt. 

Schrijfster en haar relatie met Indonesië/Nederlands-Indië
Hella S. Haasse (Hélène Serafia Haasse) is op 2 februari 1918 te leven gebracht. Ze is geboren in Batavia (Jakarta), in het toenmalige Nederlands-Indië. Hella en haar broertje Wim brachten hun hele jeugd door in Nederlands-Indië. Ze ging er naar de lagere school en het gymnasium. Verder heeft Hella, met een onderbreking van twee periodes, tot aan haar twintigste in Nederlands-Indië gewoond. De eerste onderbreking was van 1925 tot eind 1928, ze werd ondergebracht bij haar grootouders in Nederland. 
In de jaren na haar terugkomst in Indië besteedde ze veel tijd aan lezen en acteren. Ze begon op haar twaalfde aan haar eerste historische roman. In lezen vond zij troost voor het gevoel overal buiten te staan. Hella werd veel buitengesloten, dit was omdat ze naar een nonnenschool ging. Omdat zij niet katholiek was, mocht ze niet met de anderen mee en was ze in veel opzichten een vreemdeling. 

In 1983 vertrok Hella Haasse alleen naar Nederland, om hier te gaan studeren. Gedreven door haar belangstelling voor de Oudnoorse saga’s begon zij aan de studie Scandinavische Talen en Letteren. Een jaar later gaf ze haar studie op en liet zich inschrijven aan de Toneelschool. Pas na haar huwelijk met Jan van Lelyveld wijdt zij zich volledig aan het schrijven van proza en historische romans. Het bedenken van personen, conflicten en werelden blijkt haar op het lijf geschreven. 

Met het boek Oeroeg heeft ze geprobeerd de indrukken van haar jeugd vast te leggen, en dan niet alleen de zintuigelijke indrukken maar ook de verhouding tussen Nederlanders en Indonesiërs. In haar tijd was het vanzelfsprekend dat de blanken tot de bovenlaag behoorden en de Indonesiërs ondergeschikt waren. Er was nauwelijks oog voor de identiteit en de geschiedenis van de inlandse mensen. Haar ouders leidden een Hollands leven. Ze wilden hun kinderen niet laten ‘verindischen’, want hun toekomst lag toch in Nederland. Daarom was er veel aandacht voor intellectuele ontplooiing (tekenen, musiceren, lezen en toneelspelen). Voor Hella Haasse was het Indische leven eerder de natuur en de atmosfeer dan de mensen of de armoede. Het ontbreken van begrip voor de inlander maakt de vriendschap tussen een Indische en een Nederlandse jongen onmogelijk. De Nederlandse jongen ziet die vriendschap als iets vanzelfsprekends, hij kan zich niet verplaatsen in de positie van Oeroeg. 

Het schrijven van Oeroeg heeft Hella Hasse inzicht gegeven in het land van haar jeugd. Dit boek heeft ze dan ook gelijk voltooid. De jeugdherinneringen vormden het hele verhaal. Ze gebruikte de vriendschap tussen Oeroeg en de ik-persoon als een symbool van een mogelijke vriendschapsrelatie tussen Nederlanders en Indonesiërs. Het is een verhaal over één bepaalde crisis of gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon: de steeds groter wordende afstand tussen de zoon van een Hollandse planter en die van een Indische ondergeschikte. Als kleine kinderen groeien ze samen op, delen ze hun speelgoed en zijn ze onafscheidelijk. Als de Nederlandse jongen na zijn studie in Delft terugkeert naar zijn geboorteland, woeden daar de eerste politionele acties. Indië staat op het punt Indonesië te worden. De ontmoeting met Oeroeg wordt een grote teleurstelling. De afstand tussen hen is te groot geworden. Oeroeg heeft gekozen… gekozen voor zijn eigen volk en dus tegen de Nederlanders. 

De Hollandse jongen heeft nooit het gevoel een buitenstaander te zijn. Sterker nog, hij voelt zich meer thuis wanneer hij bij Oeroeg is dan wanneer hij bij zijn eigen familie is. Maar als Oeroeg en hij ieder naar een andere school gaan, wordt dat anders. Oeroeg wordt al snel een jongeman met interesse voor de meisjes terwijl de ik-persoon nog kinderlijk en ietwat lomp is. Oeroeg is zich bewust van de merkwaardige situatie waarin hij opgroeide en van de onderdrukking die zijn volk moet ondergaan. Het komt niet bij de blanke jongen op te twijfelen aan de gelijke rechten tussen hen. Ze hebben toch altijd alles al samen gedaan? De feitelijke verschillen worden in hun levens steeds groter.

Historische achtergrond
Het boek Oeroeg, wat in het eerste opzicht misschien niet erg diepgaand lijkt, heeft toch een achterliggende gedachte en/of boodschap. De onschuldige vriendschap tussen een Hollandse jongen en een inlandse Indische jongen is aandoenlijk. Ze spelen samen, zonder ook maar even na te denken over ras en rang. Helaas groeien ze op en groeien ze uit elkaar. De eens zo hechte vriendschap verbreekt na verloop van tijd. De vriendschap die verbreekt zien wij als symbool voor het verbreken van de koloniale verbintenis tussen Nederland en Indonesië. Ook geeft dit boek heel mooi de verhoudingen uit die koloniale tijd weer. Deze twee aspecten behoren dus tot de historische achtergrond van het verhaal en gaan wij nader toelichten. 

Verhoudingen in Nederlands-Indië
De macht van Nederland over Indië werd steeds groter. De Indische vorsten moesten zich aan de Nederlanders onderwerpen. Het land werd een kolonie van het koninkrijk Nederland: Nederlands-Indië. Nederland bepaalde dat de boeren daar vooral specerijen, koffie en suiker moesten verbouwen. De Nederlanders gaven een prijs voor deze producten en verkochten die dan in Europa voor veel hogere prijzen. De Indische bevolking werd ondertussen uitgebuit. De boeren wilden veel liever rijst verbouwen in plaats van koffie of peper. Rijst hadden ze namelijk nodig om te eten. Maar de Nederlanders wilden geld verdienen en dat kon niet met rijst. Dit leidde vaak tot hongersnoden in Indië.

Er ontstonden nieuwe maatschappelijke verhoudingen in de samenleving als gevolg van de Nederlandse overheersing. Er was een nieuwe rangorde ontstaan, gebaseerd op ongelijkheid van bevolkingsgroepen. Indië kende drie bevolkingsgroepen: de Europeanen (blanken, Indo's en Japanners), de Chinezen plus andere vreemde Oosterlingen (Indiërs en Arabieren) en de inlanders. De inlandse volkeren vormden echter meer dan 95% van de bevolking.

In 1854 werd het Regeringsreglement ingevoerd waarmee de inwoners van Nederlands-Indië werden ingedeeld in twee categorieën: Europeanen en Inlanders. In dit systeem had iedereen de Nederlandse nationaliteit. Later kende de nationaliteitswet van 1892 alleen blanke Europeanen en Indo’s het Nederlanderschap toe. De Indonesiërs werden hierdoor op grotere afstand gezet van de Europeanen. Vervolgens besloten de Nederlanders dat Japanners vanaf 1899 met Europeanen gelijkgesteld werden. Japan werd gerespecteerd omdat het zich Westers ontwikkelde. Het Nederlandse bestuur vond dat de Indonesiërs nog lang niet zo ver waren als in het Westen, zij hadden nog de "begeleiding" nodig van het moederland. 

Rond 1900 waren veel Nederlanders in Nederlands-Indië gaan wonen. Er was daar tenslotte werk genoeg. Denk aan het Nederlands bestuur, de plantages maar natuurlijk ook de olie.
De Nederlanders in Indië hadden vaak grote, mooie huizen en veel bediendes. Ze hadden niet zoveel contact met de Indische bevolking. Het waren maar hun bediendes en arbeiders. Ze voelden zich duidelijk beter dan de Indische mensen. De Nederlanders waren gelukkig met hun leven in Indië en wilden daar nog lang blijven. Dat de Indonesiërs daar zelf anders over dachten, daar wilden de Nederlanders niet naar luisteren. Ze waren er van overtuigd dat de Indonesiërs hun landen nog niet zelf konden besturen.

In Indië stonden de Europeanen aan de top van de sociale en politieke structuur. Zij vormden het Binnenlands Bestuur, de legertop, waren directeur van bedrijven en beoefenaars van vrije beroepen. De bredere laag daaronder werd bezet door onderofficieren van KNIL en marine, lagere ambtenaren en klerken, onderwijzers en planters. De onderste laag bestond bevond uit personen werkzaam in beroepen zonder veel scholing of ongeschoolde arbeid. In deze laag zaten veel Indo-Europeanen.

Grote sociaal-economische veranderingen vanaf 1850 maakten de traditionele inheemse samenlevingen moderner, meer Westers. De behoefte aan geschoolde arbeid zorgde voor meer migratie vanuit Europa naar de kolonie. De komst van meer vrouwen was gewenst om het Europees karakter via gezinsvorming duurzaam te versterken. Economisch maakte Indië intussen deel uit van de wereldeconomie. De kolonie leverde grondstoffen als rubber, olie, tabak, etc.
De vraag naar vakmensen werd alsmaar groter. Diploma’s en goed vakmanschap vergrootten de kans op maatschappelijk succes en status. Ook de Indische overheid had behoefte aan bekwame ambtenaren die de complexere samenleving moesten besturen. Indonesiërs kregen daarom ook toegang tot Europese scholen en vervolgens tot banen, bijvoorbeeld in het onderwijs, het leger of als ambtenaar. De Indo’s verloren hierdoor een alleenrecht op deze posities.

Ja, rassenonderscheid was leidend in het bestuur over de kolonie maar de samenleving draaide hier niet helemaal (meer) om. Door de maatschappelijke ontwikkelingen kwam er als het ware meer "kleur" in de bevolking. Vanaf het begin van de 20e eeuw had de inlandse bevolking ook toegang tot Europees onderwijs: de Hollands-Inlandse school (HIS). Door de hoge kosten bezochten vooral inheemse kinderen van goede komaf deze school. De HIS was afgestemd op het Nederlandse onderwijs, de lessen in het Nederlands en de eisen voor rekenen en taal waren hoog. 
Gaandeweg ontstond een Indonesische middenklasse, die meer wilde en kon bereiken dan kleine baantjes of boer blijven. De oude indeling was aan het afbrokkelen. De werkelijke kansen om te stijgen binnen de Europese groep waren voor de meeste Indo’s toch al erg beperkt. De ‘echte’ Nederlanders lieten hen maar een klein beetje toe tot hun eigen hogere posities. Discriminatie van Indo’s door totoks (Hollanders) kwam vaak voor. Overigens maakten Indo’s onderling ook nog eens onderscheid tussen lichte en donkere huidskleur om zich maatschappelijk te onderscheiden.

De Nederlands-Indische samenleving veranderde misschien het meest door de opkomst van inheemse politieke bewegingen vanaf 1910, een gevolg van de Ethische Politiek. Deze politiek had als doel armoede te bestrijden en de bevolking meer kansen te bieden. De “Inlander” emancipeerde zich onder leiding van een opkomende inheemse middenklasse. Democratie, liberalisme, socialisme en het zelfbeschikkingsrecht van volken waren vertrouwde begrippen geworden. Hij wilde voortaan meepraten en meebeslissen in voor hem belangrijke zaken. De regering kon deze ontwikkeling niet meer tegenhouden. De politieke spanningen tussen Nederlanders en Inlanders namen toe. De bezetting en de proclamatie van de Republik Indonesia maakten ten slotte een eind aan de koloniale situatie. Een ingrijpend effect was dat de Indo’s hún land Nederlands-Indië kwijt waren geraakt, ook al waren ze politiek meer geëmancipeerd en zelfbewust geworden. 

Einde van Nederlands-Indië, begin van Indonesië
Het verbreken van de koloniale verbintenis kwam voort uit de tweede wereldoorlog, die begon in 1940. Ook Japan gingen zich mengen in de strijd en op 8 maart 1942 capituleerde Japan het Nederlands-Indische leger. Het leven in de Nederlandse kolonies veranderde drastisch. Verschillende dingen als de Japanse jaarteling en de Japanse klok werden ingesteld. Maar nog verder ging het verbieden van de Nederlandse scholen en het verbieden van de Nederlandse taal in zijn geheel.
Op 7 december 1942 beloofde koningin Wilhelmina in een radiotoespraak dat ze alsnog pleitte voor een gelijkwaardig en zelfstandige positie voor de Nederlandse kolonie. Deze poging was precies een jaar te laat. Japan had de Nederlandse kolonie bezet. 

Vanaf mei 1942 werden er kampen ingezet als “opvang” voor de Europeanen. Alle Europese vrouwen, mannen, kinderen en zelfs “vernederlandste" Indiërs,  werden gebracht naar deze kampen. Er was echter wel een verschil voor de mannen van zeventien tot zestig jaar. Deze mannen werden vervoerd naar de interneringskampen en werden hier ter werk gesteld. Zo moesten deze Europese mannen bijvoorbeeld werken aan het bouwen van een treinrails (birma spoorlijn???) en het verrichten van andere zware arbeid. 
De omstandigheden in de kampen waren erbarmelijk slecht. Er was geen eten, er was geen drinken en er waren amper sanitaire voorzieningen. Naar deze kampen waren uiteindelijk rond de 100.000 Europeanen gestuurd. Ook al waren deze kampen niet bedoeld voor het uitroeien van een bevolking zoals met de Duitse bezetting gebeurde, er stierven toch zo’n 15.000 mensen door de slechte omstandigheden en voorzieningen. 

Eind tweede wereld oorlog: 
Het uiteindelijke einde van de koloniale tijd ging gepaard met het einde van de twee wereldoorlog. Wanneer in 1945 de Duitse bezetting ten einde kwam, was de oorlog voor Amerika zeker nog niet voorbij, door de Japanse bezetting van bijvoorbeeld Indonesië. Indonesië was nog steeds niet vrij en Japan had in de oorlog duidelijk de kant van Duitsland gekozen en tégen Amerika.  Amerika was immers ook tegen het hebben van koloniën door hun eigen verleden als kolonie. De Amerikaanse president Truman wilde geen veroveringsoorlog, omdat hij daarbij te veel mannen zou verliezen. In plaats daarvan koos hij voor meer extreme optie, een massa-vernietingswapen. Truman bombardeerde en vervaagde daarmee twee grote steden met een atoombom, waardoor de Japanse leider zich wel op moest geven. Japan had, wanneer het in de oorlog niet goed ging met de verovering, al steeds meer macht gegeven aan de Indonesische bevolking. In 1944 beloofde Japan dat Indonesië geleidelijk onafhankelijk zou worden en steeds meer Indonesiërs kwamen op bijvoorbeeld belangrijke posten in de economie en het bestuur. Er ontstond een forse groei van het bewustzijn van de Indonesische bevolking, maar dat ging ook gepaard met een groeiende haat tegen Japan. In de oorlog trainde Japan ook de Indonesische jongerengroepen, zij waren de gene die een bedreiging vormde tegen Japan, wanneer in 1945 een opstand uitbrak. Deze opstand werd neergeslagen, maar na deze gebeurtenis beloofde Japan wel aan Indonesië een soevereine staat te worden. De radicale jongerengroep in Indonesië wilden echter geen onafhankelijkheid als gunst van Japan krijgen. Als gevolg van deze gedachten ontvoerden zij twee belangrijke Japanse leiders en lieten hen de onafhankelijkheidsverklaring tekenen. De volgende dag riep Soekarno voor zijn huis in Jakarta de onafhankelijke republiek Indonesië uit.

Indonesië kon hierbij hun koloniale verleden afsluiten, maar Nederland was nog niet bereid om hun kolonie op te geven. Alle bedrijven en ondernemingen waren in de tweede wereld oorlog genationaliseerd en de Nederlanders wilden hun winstgevende kolonie terug, omdat zij het anders niet zouden redden. Na de tweede wereld oorlog zou het Britse leger Indonesië officieel bevrijden, maar in de tussentijd hadden radicale onder de bevolking al een poging gemaakt naar de macht. Maandenlang trokken deze radicale jongeren die ondertussen een leger vormde, plunderend rond. Voor van Mook, een Nederlandse luitenantgouverneur-generaal zat er niks anders op dat te onderhandelen. Hieruit kwam het akkoord van Linggadjati:

Nederland beloofde het gezag van de republiek over Java, Madoera en Sumatra te erkennen. De republiek zou een deelstaat worden van de Verenigde Staten van Indonesië, die uiterlijk op 1 januari 1949 zouden zijn opgericht en met Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen de Nederlands-Indonesische Unie vormen. Aan het hoofd van deze unie zou het Nederlandse koningshuis staan.

Een groot deel van de Nederlanders verwierp deze onderhandeling en was volop tegen. Bovendien, kwam er ook niks terecht van de beloofde teruggave van de genationaliseerde ondernemingen. Nederland stuurde naast het bestaande KNIL leger, nu ook soldaten overzee om de situatie te handhaven. Er werd gesproken van de “ politionele acties “, wat eigenlijk de naam oorlog schuil hield. Het leger moest gebieden heroveren waar de Nederlandse ondernemingen plaats vonden. Veel hielpen deze acties niet, want de Indonesiërs begonnen een guerrilla oorlog. Een oorlog waarbij het Nederlandse leger geen enkel idee had, wanneer en waar ze werden aangevallen. Onder druk van de Verenigde staten werd een overeenkomst gesloten, maar de guerrilla soldaten bleven doorgaan met hun acties. Doordat deze overeenkomst niet werd nagekomen, besloten Nederland op een tweede politionele actie, maar deze keer om het Indonesische regering uit te schakelen. Ze arresteerde Soekarno. Hierop werd fel tegen geprotesteerd door de andere landen en eiste dat Nederland soevereiniteit zou overdragen. Vooral de Verenigde Staten zette de Nederlanders onder druk en dreigden geen hulp meer te verlenen bij de wederopbouw als Nederland niet zou instemmen met de overvraging.
Op 27 december 1949 was de soevereiniteitsoverdracht in het paleis op de Dam. 

Maar de Nederlanders waren niet de enige de te maken kregen met de gevolgen van de overdracht. Ook de Molukkers, waarvan een groot deel in het KNIL-leger was gemobiliseerd kregen te maken met de gevolgen. Zij voelden zich niet verbonden met Indonesië en wilden onafhankelijk zijn. Onder druk van oud-KNIL’ers werd de onafhankelijke Republik Maluku Selatan, afgekort RMS, uitgeroepen. Soekarno accepteerde dit niet viel de stad Ambon aan. Een maand kwam het eiland in handen van Indonesie, maar de bijvoorbeeld de oude KNIL’ers wilden niet worden gemobiliseerd in het Indische leger. Zij eiste toelating tot Nederland en in 1951 kwamen met toestemming van de rechter zo’n 4500 Molukkers naar Nederland.


Zij werden ondergebracht in kampen die voor een tijdelijk verblijf moesten zorgen. Dit tijdelijke verblijf werd uiteindelijk niet tijdelijk, waardoor honderden gezinnen hun hele leven moesten doorbrengen in kampen, die uit de tijd stamde van de Duitse bezetting.

Gebruikte bronnen



Les boek geschiedenis, 5 vwo

woensdag 11 december 2013

Dicht bij jou - Djèva David (Close to you - Michael Prins)

Ik heb mijn naam niet veranderd, het is toevallig gewoon de mijne
Heb niet gevraagd om een reden of om je tijd
Ik heb je reclame niet nodig, ik ben niet op zoek naar diamanten ogen
Ik pas niet in jouw perfectie, ik pas niet in jouw leugen

Maar voor jou mijn lieverd, voor jou zal ik zingen
Voor jou gekkie, zou ik alles doen
Alles om dicht bij je te komen

De vorige avond maakte je me aan het dansen maar nu doe ik gestoord
Ik zoek een reden en probeer niet raar te doen
En het is grappig, want ik lijk helemaal niet op jou
Je hebt me slecht gemaakt, maar misschien is het meer dan waar

Ik zoek weer naar mijn trots
En ik jaag opnieuw voor je ogen
Maar je bent nergens te vinden vannacht
Ik wacht nog steeds in elk morgenlicht
Dus totdat die dag de mijne is

Ben ik uit het zicht of ben ik te laat
Wil je me nog zien om te bewaken tijdens de nacht
Is het jouw visie om veilig te zijn en te horen dat alles oké is
Wanneer de hele wereld weet van de gevaren van deze vloed
Dan zal ik terug komen voor jou, ja ik zal terug komen voor jou
Wetend dat je weg zou lopen, wetend dat je weg zou lopen
Dus totdat die dag de mijne is

Dan zul je je mij niet herinneren of doen alsof je verbaasd bent
Wanneer iedereen je omrings, maar lieverd dat maakt niets uit
Draai je gewoon om en kijk naar mij wanneer je langs me loopt in het gangpad
Ik zou nog steeds duizenden deuren voor je openen om met je te praten zodat ik dicht bij jou kan zijn
En waarom kun je niet zien
Wetende dat ik je nooit zou verlaten
Wetende dat ik je nooit zou verlaten
Dus totdat die dag de mijne is

Lieverd ik zal op je wachten, ik zal op je wachten, ik zal op je wachten
En waarom kun je me niet zien, ik zal op je wachten
Lieverd, ik zal op je wachten
Mijn geliefde, mijn geliefde
Waarom kun je me niet zien
Lieverd ik zal op je wachten


Door Djèva David

maandag 9 december 2013

Het onzichtbare geluk van andere mensen - Manu Joseph

Manu Joseph heeft zijn humoristische manier van schrijven weer goed laten zien met dit boek. Deze Indiase schrijver is geboren in Kottayam, Kerala, in het jaar 1974. Hij is journalist en redacteur, hij heeft geschreven voor The Times of India, Wired.com en The Independent. Hij heeft, behalve het boek "Het ontzichtbare geluk van andere mensen," ook "Slimme mannen" geschreven. Deze boeken zijn allebei tragikomische romans. Ze geven een inkijk in de Indiase cultuur, maar vooral een (verrassende) inkijk in het leven. Manu woont nu Delhi en werkt bij het nieuwsmagazine Open. Hij is met zijn boeken vaak genomineerd:

- The Hindu Literary Prize, gewonnen met "Slimme mannen" (2010)

- Man Asian Literary Prize, genomineerd met "Slimme mannen" (2010)
- Huffington Post's 10 beste boeken van het jaar met "Slimme Mannen" (2010)
- Bollinger Everyman Wodehouse Prize, genomineerd met "Slimme mannen" (2011)
- PEN Open Book Award, gewonnen met "Slimme mannen" (2011)
- The Hindu Literary Prize, genomineerd met "Het onzichtbare geluk van andere mensen" (2013)




Het onzichtbare geluk van andere mensen gaat over Unni, Unni die op 17-jarige leeftijd zelfmoord pleegt. Zijn vader, Ousep (een mislukte schrijver), begrijpt hier niets van. Unni was gelukkig, intelligent en had een geweldig talent voor striptekenen. Hij begint een zoektocht, die onmogelijk lijkt te zijn, hij geeft op. Tot na drie jaar na Unni zijn dood er een pakketje arriveert, een strip die getekend was op de dag, de dag dat hij zelfmoord pleegde. De zoektocht begint weer, een zoektocht naar het karakter van zijn zoon. Unni had veel fantasie en humor. Hij was een uitzonderlijke jongen, dat blijkt uit de herinneringen aan hem van zijn jongere broertje Thoma, zijn moeder Mariamma en het buurmeisje Mythili. Het is een vertelling op de dunne scheidslijn tussen waan en werkelijkheid.



Dit boek was by far een van de meest bijzondere boeken die ik ooit heb gelezen, nu moet ik toegeven dat dat er niet erg veel zijn, maar goed... Manu Joseph heeft het op een, voor mij, totale nieuwe manier van schrijven weten te vertellen. Je leert Unni kennen via zijn vader, moeder, broertje en buurmeisje. Unni was veel meer dan iedereen dacht. Niemand kende hem eigenlijk écht. Als lezer maak je deel uit van de zoektocht, je wordt nieuwsgieriger en nieuwsgieriger. Het boek bestaat uit vele interessante inzichten en denkbeelden. Denkbeelden die je prikkelen, omdat je het er niet per se mee eens bent, maar je kunt ze eigenlijk ook niet gemakkelijk ontkrachten of weerleggen. Toen ik het boek uit had, 384 pagina's in 2 dagen, wilde ik hem eigenlijk nog een keer lezen. Dit was omdat het einde onverwacht was, ik snapte het bijna niet... Maar ik denk ook dat dat weer een soort boodschap van dit boek was, nadenken: gebruik je hersenen. En nadenken deed ik na het uit gelezen te hebben. Het onzichtbare geluk van andere mensen is een boek wat nog een paar dagen lang bij je blijft. 

donderdag 14 november 2013

Werkweek 2013 London



Voor het eerst in een lange tijd vond ik het niet moeilijk om op te staan zodra mijn wekker ging. Dat was namelijk de dag dat we om 7 uur ’s ochtends vertrokken, naar London! Het was moeilijk om mensen te herkennen in het donker, maar al snel konden we de bus in. De heenreis was erg gezellig, veel gelachen. Nadat we de Eurotunnel uit waren, hadden we een stop in een Engels plaatsje. Dat was fijn, even die hete bus uit.

De volgende stop was pas weer op de parkeerplaats. De parkeerplaats waar we ook onze gastgezinnen zouden ontmoeten. Ons gastgezin verhaal is iets anders gelopen dan verwacht. Wij (Anouk, Laura en Myrthe) hebben namelijk in niet één, maar twee gastgezinnen gezeten. Het eerste gastgezin was namelijk absoluut niet wat we ons hadden voorgesteld. Het was vies, ongastvrij en in de bedden durfde we niet te slapen. Nou moet ik niet alleen maar negatief zijn, want het 13-jarige jongetje deed mijn hart smelten. Hij sprak vloeiend Engels, was erg aardig en vooral slim. In het tweede gastgezin hebben we echt genoten, niet alleen van het eten maar ook van de schone bedden, badkamer en de sfeer. De twee kleine kindjes waren te schattig voor woorden.

De dingen die we hebben gedaan in London waren ook erg leuk. Natuurlijk hebben we de Big Ben, London Eye, Buckingham Palace en veel musea bezocht. Alles zag er uit zoals de plaatjes op internet mij hadden verteld. De grote stad, drukte van mensen, de metro; alles was typisch “Londens”. Ik heb echt genoten van elke keer dat we in deze mooie stad liepen, ondanks de regen (maar dat is ook iets typisch Engels, zegt men).






vrijdag 11 oktober 2013

De laatkomer - Dimitri Verhulst (recensie)

Désiré Cordier is er helemaal klaar mee. Hij wilt ontvluchten aan zijn burgerlijke bestaan en aan zijn vrouw, Moniek de Petter, waar hij zich constant aan hindert. Hoe doet hij dit? Met een ietwat vreemde, maar geniale oplossing. Désiré gaat zich voordoen als een dementerende grijsaard. Met het naspelen van de eeuwenoude dementie kwaaltjes, slaagt volkomen voor de test en wordt op opgenomen in de instelling Winterlicht.

In het eerste stuk, of zelfs zinnen, komt de humoristische schrijfstijl van Dimitri Verhulst al naar voren. 
"Hoewel volkomen opzettelijk, is het zeer tegen mijn zin dat ik iedere nacht opnieuw in mijn bed schijt. Mij te verlagen tot deze zelfonterende daad is waarlijk de lastigste consequentie van de ietwat zotte levensweg die ik op mijn oude dag ben ingeslagen. Maar ik zou mijn verplegers en verpleegsters achterdochtig stemmen indien ik het in mijn slaap droog hield. Wens ik niet uit mijn rol van seniele grijsaard vallen, dan heb ik geen andere keus dan op regelmatige basis mijn luiers te bevuilen. Want dat is het inderdaad: een rol. Ik ben helemaal niet zo dement als ik mijn omgeving doe geloven!"
Je merkt tijdens het lezen dat Dimitri Verhulst schrijft met een lach en een traan op (bijna) iedere bladzijde. Het is droevig hoe er misbruik gemaakt wordt van Désiré's situatie en hoe neerbuigend er in het algemeen met ouderen mensen wordt omgegaan. Hier tegenover is het dan weer vol met humor hoe Désiré elke keer weer iedereen in de maling neemt en hoe hij zijn rol niet uit het oog mag verliezen.

De structuur is erg fijn, zeker als je dit boek tussen alle dagelijkse student zaken door moet lezen. Het verhaal begint in het tehuis, waardoor je erg nieuwsgierig blijft. Je blijft jezelf de vraag stellen hoe hij daar terecht is gekomen en wat hij daar nou eigenlijk doet. Dimitri Verhulst heeft het boek dus zeker slim opgebouwd.

Ik zelf had bij het horen van de rode lijn heel erg gehoopt op een boek waarbij je tijdens het lezen niet wist of je nou moest huilen of lachen. Een boek dat je raakt. In zekere zin klopte mijn verwachting wel, ik heb vele zinnen gelezen met een lach op mijn gezicht en andere stukken weer met een frons op mijn voorhoofd. Maar of het me echt raakte? Nee, dat viel tegen. Mijn recensie is wel lovend, maar verwacht niet te veel, zo blijft het gewoon een lekker humoristisch boek.





woensdag 5 juni 2013

Recensie Tirza, door Djèva David

Het boek Tirza is geschreven door Arnon Grunberg, uitgegeven in 2006 door de uitgever Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. Het genre is een psychologische roman. Dit boek heeft 432 bladzijdes, het duurde dus ook wel even om hem uit te lezen. 

Ik zal even in grote lijnen vertellen waar Tirza over gaat.
Jörgen Hofmeester is de vader van Tirza en Ibi. Jörgen is gek op zijn jongste dochter, Tirza, zijn zonnekoningin. Ibi is het huis uit. Hofmeester en Ibi hebben niet zo een goed verleden, hij kwam er namelijk achter dat zij op haar 15e een architect ‘neukte’ en toen bleek dat dit niet de eerste keer was, was de band tussen hun verbroken. Met Tirza was dit niet zo. Tirza krijgt op haar veertiende anorexia. Sindsdien let Hofmeester iets minder op haar. Zijn echtgenote is in het verhaal vertrokken, maar 6 dagen geleden teruggekomen. Tirza is geslaagd en gaat na haar eindexamen feest naar Afrika met haar vriend Choukri. Hofmeester mag Choukri niet omdat hij sprekend lijkt op Mohammed Atta. Voordat ze weggaan gaan Tirza, Choukri en Hofmeester eerst nog naar een huisje in de Betuwe. Hofmeester gaat daarna mee naar het vliegveld en zwaait ze braaf uit. Later volgt Hofmeester Tirza naar Afrika omdat ze niks van zich laat horen. Daar ontmoet hij ook Kaisa, een meisje van de straat die Hofmeester aansprak met "do you want company sir?",  langzamerhand gaat hij haar net zo behandelen als Tirza. Later keert hij terug naar huis omdat Tirza is 'gevonden'.

Argumenten:

Structureel
Het boek is erg goed opgebouwd. Het verhaal speelt zich in korte tijd af, in ongeveer anderhalve maand. Tirza geeft dan haar eindexamenfeest en begint de reis naar Afrika. De manier waarop de flashbacks zijn geschreven is erg interessant. Het houdt het verhaal spannend. De flashbacks zijn op precies de juiste momenten geplaatst. Je komt naarmate het eind van het boek steeds meer te weten, over waar Tirza is, maar ook over het gezin en de problemen daarvan. Het beeld en karakter van Jörgen Hofmeester wordt steeds duidelijker. Je ziet het verhaal vanuit zijn ogen en belevingen. Je leert zijn gedachtes en gevoelens kennen, dit is erg belangrijk omdat je Hofmeester moet begrijpen om het boek te snappen. 

Moreel
Ik denk dat er een boodschap in dit verhaal zit. De boodschap is dat iedereen wel iets slechts in zich heeft. In tijden van onmacht of kwaadheid is iedereen in staat anderen iets aan te doen. Dit komt vaak naar voren in het boek. Je maakt mee hoe Hofmeester die boosheid en frustratie ontwikkelt. Het wordt op een gegeven moment zo erg dat Choukri ('Atta') en zelfs de zonnekoningin hieronder lijden. 
Ik vind dit een mooie morele boodschap omdat ik er wel in geloof dat iedereen een slechte kant heeft.

Persoonlijk
Ik vind dat de schrijver een goede prestatie heeft geleverd met het schrijven van dit boek. Er gebeurd namelijk niet veel, maar hij heeft het toch allemaal mooi ingedeeld en het spannen gehouden. Wel was het moeilijk om door sommige stukken heen te komen omdat die net iets te langdradig waren. Ik voelde mee met Hofmeester en had af en toe medelijden met hem, vooral in het eerste deel. Eenzaam, hoe hij vreemde mensen uitzwaait op Schiphol. Zielig, dat hij niet ontslagen kan worden omdat hij te oud is maar zijn baas hem liever niet in dienst wilt hebben. Raar, hoe hij op zoek is naar iets of iemand wat er niet meer is. 

Het mooiste van het boek vind ik hoe Arnon Grunberg schrijft over liefde tussen het gezin, tussen bloedverwanten. De relatie die Hofmeester en Tirza hebben is erg bijzonder, het bijzonderste stukje uit het boek vind ik dat ze tijdens het eten aan haar vader vraagt wanneer ze nou eindelijk ontmaagd zou worden. Hofmeester antwoord dat dat vanzelf komt. Maar Tirza neemt hier geen genoegen mee, want bijna iedereen uit haar klas is ontmaagd. Tirza noemt een paar namen van jongens op en vind dat haar papa er een moet uitkiezen, maar Hofmeester wilt dit niet. In plaats daarvan verteld hij Tirza dat jongens bang zijn voor alles, en het meest bang voor Tirza. Dat ze ze moet geruststellen en zeggen 'Ik ben Tirza en ik heb je lief'.

vrijdag 19 april 2013

Iedereen zou zijn eigen spellingsregels moeten kunnen gebruiken.


Spelling, iets wat je aangeleerd krijgt naarmate je oud wordt. De basis van de Nederlandse taal. Maar spelling wordt door de meesten erg moeilijk bevonden, ikzelf hoor daar ook bij. Kan iedereen niet zijn eigen spellingsregels gebruiken? 

Iedereen zou zijn eigen spellingregels moeten kunnen gebruiken omdat we elkaar toch wel snappen. De taal wordt er dan alleen maar makkelijker op. Kinderen hoeven zich geen zorgen meer te maken over een ‘d’ of een ‘t’ achter een woord. Geen moeilijke toetsen meer. Kortom, de cijfers gaan omhoog. 

Een ander voordeel is dat het integreren van nieuw-Nederlanders makkelijker gaat. Nederlandse taal is namelijk het belangrijkste van de samenleving. Hiermee communiceren we. Helaas is de taal (o.a. door de spelling) erg moeilijk. Wanneer de spellingsregels eigen worden gemaakt leren ze de taal sneller. Mensen kunnen niet meer afgewezen worden op basis van spelling. 

Maar hier tegen over staat natuurlijk wel dat de taal chaotisch en slordig kan worden. Veel ouderen kunnen zich irriteren aan het taalgebruik van de nieuwe generatie waardoor er veel misverstanden kunnen ontstaan. 



Ik vond deze opdracht wel grappig. Het was leuk om met voor en tegen argumenten te komen. Helaas heb ik er niet erg veel van geleerd. Dit komt omdat ik geen regels tegenkwam die nieuw voor mij waren. Het was leuk om de tekst van mijn medeleerling na te kijken, voelde ik me ook een beetje juf.